De Klapblaosers... toch wel een begrip in Rucphen (het Kraaienrijk). Maar wie zijn dat dan en waar komen ze vandaan? Hoe is dat ontstaan en wat is hun levensloop tot op heden? Waarom blijven er zo vaak zwarte stippen achter op de plaatsen waar ze zijn geweest? En wat is hun band met pinguins? Waarom zijn ze er eigenlijk nog en hoe -in hemelsnaam?- houden ze het zo lang vol?

In het volgende relaas zullen we u proberen al die antwoorden op deze prangende vragen te geven en misschien nog wel meer... Stukje bij beetje zal de historie op het internet verschijnen, maar met een beetje geluk zijn we zelf toch nog eerder dan WikiLeaks.

l Ontstaan:

Het eerste optreden van “De Klapblaosers” is op 7 februari 1982 tijdens het carnavalsvolleybaltoernooi van Rapid in de Vijfsprong. De kapel had nog geen naam en was samengesteld uit een aantal (jeugdige) muzikanten van de plaatselijk harmonie NEO. Initiatiefnemer John van Kalmthout (3e van rechts) werd onderscheiden met een jeugdhuisorde van prinses Anja I. Het begin van de vele onderscheidingen, bekers, medailles, prijzen en huisordes die nog zouden volgen.

Omdat de gemiddelde leeftijd onder de minderjarige leeftijdsgrens lag werden we gekoppeld aan het een jaar eerder opgerichte jeugdcarnaval van het Kraaienrijk. Nog maar amper als kapel op de wereld en meteen al op de juiste waarde geschat: de jeudHOFkapel! Er zijn kapellen die er echt heel veel langer over moeten doen ;)

Diezelfde dag nog traden we op bij zaal van Oers bij het kinderbal van fanclub Barbados.

Dat jaar maakt de Rucphense bevolking ook kennis met ons tijdens de optocht van het Kraaienrijk. Maar daarover meer onder de link [optochten].

l Kleding:

We zijn dan (7 feb. 1982) gekleed in zwart t-shirt met ‘smoking’-opdruk en zwarte slipjas. De rode bolhoed en rode das maakte het geheel af.

Op 24 februari 1984 presenteerden we ons in groene kielen met rode zak. Rode petjes (uniek voor ons gemaakt en zelfs wel eens meer dan ƒ100,00 euh... oja, nu zo’n € 45,00 voor geboden), rode sokken en de rode das complementeerde het geheel. De kwaliteit was uitstekend, want pas op 17 februari 1993 kwam er nieuwe kleiding: de stippenjas. De zwarte-stippe-rage neemt zijn aanvang en de naam van festival (nasjonaole stippefestival) geeft aan hoe ingrijpend de stip zich heeft genesteld in onze genen.

Begin 2000 wordt de kledingkeuze wat vrijer. De kleuren zwart, wit en rood blijven en stippen zijn een voorwaarde. De drang en de herkenbaarheid van de stippenjas blijft echter wel steeds opduiken. Het is echt veel makkelijker 'bier halen' als die Stippen in de zaal staan.

l Naam:

De naam “De Klapblaosers” komt pas na onze eerste carnaval. We gaan door het leven als jeugdhofkapel, een titel waar we eigenlijk nooit van af zijn gehaald. Hoe de naam precies is ontstaan wordt onderbouwd met verschillende theorieën. Deze variëren van het stoeien met varkensblazen (klapblazen) tot het oranje varkentje wat we kregen bij ons eerste optreden. Hoe het ook zij: vanaf 1983 is de naam “De Klapblaosers” in de Rucphense gemeenschap geïntroduceerd (en ver in de omtrek & daarbuiten ook).

l Optocht:

Natuurlijk is carnaval hét moment van optredens van “De Klapblaosers”. En bij cranaval horen natuurlijk ook optochten. En daar hebben wij er best een heleboel al van gelopen. daar valt zoveel over te vertellen dat we er maar een apart hoofdstukje van gaan maken. Voor de optochten verwijzen wij u ook dan naar het linkje [Optochten]. 

l Carnavalsmaandagen:

Op de een of andere manier is de maandag dé “Klapblaosersdag” bij uitstek tijdens carnaval. In den beginne was maandag “Louwen-dag”. ’s Middags en ’s avonds spelen tijdens de jeugdbals en daartussen op de 1e verdieping uitgebreid eten. Friet, worstenbrood, Chinees, alles wat maar in Rucphen die tijd te halen was, werd gehaald en opgegeten.

Halverwege de jaren ’80 (vorige eeuw) vindt er een heuse cultuurschok plaats in het Wapen van Nassau. Uit Hoog Made komen “De Bourgondiërs”, die hun ogen (en oren!) uitkijken hoe jeugdige muzikanten uit Rucphen hun carnavalsmuziek spelen.

In 1995 starten we ons 1e kapellenfestival (Het Nasjonaole Stippefestival) in het Wapen van Nassau. Vanaf het eerste moment een overdonderend succes. Vanaf 2002 moet er noodgedwongen met toegangskaarten gewerkt worden, maar het publiek blijft er niet voor weg. Het jaarlijks zelfgemaakte presentje (basis = houten bolletje mét boa) heeft bij een groot aantal mensen een ware verzamelrage te weeg gebracht. Het nasjonaole stippefestival is stipt. In 2004 (10e festival en 22-jarig bestaat) maakten we Lijf CeeDee opnamen, waarvan er meer dan honderd verkocht zijn. De laatste jaren zijn de zelfgemaakte presentjes in de vorm van een button, die net als de gadgets van supermarkten, weer vol op verzameld worden.

Sinds 2004 introduceren we ook de uitreiking van “DE GOUDEN STIP”. Diegene die zich op uitzonderlijke manier voor ons of carnaval inzet, heeft ingezet; die wij uitermate waarderen of noem zoiets maar op, kan genomineerd worden voor een gouden stip. Uiteindelijk zal op het stippefestival jaarlijks deze uiterst begeerswaardige prijs uitgereikt worden. Voor een overzicht van alle gedecoreerden klik op de link [De Gouden Stip].

l Optredens tijdens carnaval:

Vanaf 1984 t/m 2002 zijn we op vrijdag voor carnaval steeds in het Gertrudislyceum in Roosendaal te vinden. Dit jaar maken we daar onze come-back. In 1984 doen we voor het eerst mee aan het jeugdkapellenfestival te Ginniken. Muzikaal maken we veel indruk, maar we eindigen als 9e. In 1985 kunnen we nog 1x meedoen (we worden ook ouder) en winnen we het festival. We pakken 2 bekers. We zijn te zien en te horen (geweest) in o.a.  Etten-Leur (Mami), Oudenbosch (Soepzooyenbal/Knallenbal), Hoeven, Roosendaal, Nispen, Schijf, St. Willebrord, Sprundel, Zegge, Keulen en natuurlijk ons eigen Rucphen.

l Optredens voor & na carnaval:

Deze optredens zijn vooral na 1985 begonnen. Natuurlijk eerst in Rucphen zelf (Musycle, Rucphense feesten, enz.), maar later ook buitendorps. Zoetermeer, ’s Gravenzande, Tiel (fruitcorso), Arnhem (zwarte pietenband), Heerlen en Wesel (als kerstmannen), Den Bosch (jaja… als paashazen), Sprundel (1000 jaar), Roosendaal, Den Haag, Rijswijk, Dordrecht, en-zo-voorts.

Vele malen hebben we feesten en openingen opgeluisterd, van families, instellingen en andere partijen.

l Ledenbestand:

“De Klapblaosers” zijn begonnen met een keur van jeugdige muzikanten, bij elkaar geraapt, gevraagd, gekozen. Er hebben nog al wat wisselingen plaatsgevonden. Ook in relationele sferen. Aan en uitjes, trouwerijen en scheidingen hebben het ledenbestand steeds veranderd. Al geruime tijd bestaat de kapel uit zgn. echt-paren, die ook echt paren / gepaard hebben, want er lopen ± zo’n 12 kleine “klapblaosertjes” rond. En zoals gezegd, goed voorbeeld doet goed volgen, dus leden van Dalken en Miesbrekers... paar er nog maar een paar bij!! 

We zijn weekendjes en dagen weg geweest (zonder optredens). We hebben menigmaal uitgebreid getafeld, maar zijn ook sportief bezig geweest (oa. voetbalwedstrijden tegen de Leutlappen, Sporthal afhuren...). We plannen jaarlijks doe-dagen en als het er van komt... en als de tijd het toelaat.... repeteren we ook nog wel eens.

l Festiviteiten / jubilea:

Op 4 april 1987 vieren we ons 5-jarig bestaan zeer uitgebreid. Dat we het zo lang hadden volgehouden. In november '86 de straat op om kaarsen te verkopen om ons festival te kunnen bekostigen. In De Vaart een kapellenfestival, wat ook dan zeer druk bezocht wordt. Het 10- en 11-jarig bestaan wordt intiem gevierd. We zijn te druk met het bouwen en/of kopen van huizen, trouwen, kindjes maken, enz.

Op maandag 23 februari 2004 vieren we ons 22-jarig bestaan weer wel uitbundig. Een echte receptie in het Wapen en natuurlijk een feestelijke versie van ons Nasjonaole stippefestival die vastgelegd is op onze eerste Lijf-Cee-Dee.

 

U ziet het, het is allemaal niet niks.

Natuurlijk is dit maar een heel kort overzicht in super vogelvlucht. De kleurijke en gestipte historie is van jaar tot jaar bijgehouden en verzameld in meer dan 10 ordners. Deze unieke geschiedenis wordt goed bewaard, maar om dat nou allemaal op deze site te plaatsen vinden we net ff te ver gaan. Dus laten we het hier bij. Tot ziens tijdens carnaval of andere gelegenheden. Waar “De Klapblaosers” verschijnen, zal de saaiheid met stip verdwijnen.